A. Het principe van de meerderheid en de hieraan verbonden gevolgen
1. De regel van de
meerderheid en het verbod van het meervoudig stemrecht
zijn, zoals men weet, dé basisprincipes in de werking van het
vennootschapsrecht. (Voor een
betere omschrijving van deze principes zie ons artikel « L'organisation
du pourvoir dans la SA, un régime de liberté (moins) surveillée », in J.T.
2003).
Het merendeel van de
beslissingen in een vennootschap worden bij gewone meerderheid (50% +1), maar
soms ook bij gekwalificeerde meerderheid (75% of 80%) van de stemmen genomen,
waarbij voor de berekening van het stemrecht van elke aandeelhouder elk aandeel
(en bepaalde winstbewijzen onder de voorwaarden zoals bepaald in artikel 542 W.
Venn) recht geeft op één stem.
Ter verduidelijking, de houder van 50% + 1 van de
aandelen beschikt over de ruimste macht op de algemene vergadering zoals o.a.
het benoemen van de bestuurders, het herroepen van de bestuurders, het
toekennen of weigeren van de kwijting, het instellen van de actio
mandati, het goedkeuren van de jaarrekening alsook
het toekennen van een dividend.
2. Gelet op het feit
dat de meerderheidsaandeelhouder het voorrecht heeft de bestuurders te benoemen
alsook ze ten allen tijde te ontslaan en mede gelet op
het feit dat de bestuurders, ogv art. 522 W. Venn., de volheid van bevoegdheid
hebben, dient te worden vastgesteld dat de meerderheidsaandeelhouder dus
indirect over alle macht beschikt binnen de NV.
Dit brengt ons tot de definitie van de controle,
die vermoed wordt wanneer de aandeelhouder de bevoegdheid heeft om de
meerderheid van de leden van de raad van bestuur aan te stellen. Dit is zeker
het geval indien de aandeelhouder of de houder van winstbewijzen over meer dan
50% van de aandelen beschikt.
Deze bevoegdheid wordt bovendien versterkt indien
de meerderheidsaandeelhouder op de algemene vergadering alleen of gezamenlijk 75% of 80% van de stemmen beschikt die hem niet
alleen toelaten de beslissingen van de raad van bestuur te beïnvloeden
ingevolge zijn bevoegdheid om de bestuurders aan te stellen of te ontslaan maar
hem eveneens toelaten te beslissen over de juridische structuur van de
vennootschap, het kapitaal, of het einde van de vennootschap : vb. Wijziging
van de statuten (75% van de stemmen), daarbij inbegrepen het maatschappelijk
doel (80% van de stemmen) fusie of splitsing, omzetting, kapitaalsverhoging,
kapitaalsvermindering, ontbinding, ...
Om het met een adagium samen te vatten 'dura lex
majoritae, sed lex'.
B. Overzicht van de bevoegdheden van de minderheidsaandeelhouders
3. Betekent dit dat
de minderheidsaandeelhouder de mogelijkheid ontnomen wordt zijn rechten uit te oefenen ingevolge de macht van de
meerderheidsaandeelhouder ? Of moet de minderheidsaandeelhouder de
vernederingen van de meerderheidsaandeelhouder gewoonweg ondergaan zonder te reageren ?
Of nog, dient de minderheidsaandeelhouder
gevangene te zijn van een slechte relatie tussen aandeelhouders, zonder dat hij
hierbij de mogelijkheid zou hebben zich terug te trekken of vergoeding te bekomen voor de eventuele geleden schade, (met uitzondering
van de welgekende de theorie van misbruik van meerderheid, op grond waarvan de
beslissing van de algemene vergadering kan worden vernietigd en waarbij
vergoeding voor schade wordt toegekend.)
Niets is minder waar, de wetgevende hervormingen
van 1991 en 1995 hebben voorzien in tal van bepalingen die er voor zorgen dat
de minderheidsaandeelhouders wel degelijk kan optreden tegen de macht van de
meerderheidsaandeelhouder.
4. Hierna zal dieper
worden ingegaan op de bovenvermelde vragen, te beginnen bij de grootste
minderheid (1 aandeel), tot aan de grens van 50%. Hierbij zal telkens een
antwoord worden gezocht op de vraag 'Wat kan een aandeelhouder, die x % van de
stemrechten verbonden aan de effecten houdt, doen' ?
Wat kan een aandeelhouder doen met
:
• 1% van de stemmen
-
De
houder van een aandeel van 1% van het kapitaal van een NV kan, sinds 1991, een
minderheidsvordering in aansprakelijkheid instellen tegen de bestuurders op
voorwaarde dat hij de kwijting niet heeft gestemd (art. 562 W. Venn.).
-
Het
is de aandeelhouder in de NV en de CVA alsook de houder van een deelbewijs van
de BVBA (het in het bezit zijn van één enkel aandeel of deelbewijs volstaat om
de procedure op te starten) sinds de wet van 13 april 1995 eveneens toegestaan,
aan te dringen op de afkoop van hun aandelen dmv een verzoek, gesteund op
gegronde redenen lastens de
meerderheidsaandeelhouder, en ingeleid bij de voorzitter van de rechtbank van
koophandel, zetelend zoals in kort geding. Deze vordering staat enkel open voor
die vennootschappen die geen publiek beroep doen op het spaarwezen.
-
Tenslotte,
kunnen de aandeelhouders of zaakvoerders, die alleen of gezamenlijk 1 % houden
van de stemmen verbonden aan het geheel van de bestaande effecten (de
winstbewijzen met stemrecht worden in dit geval meegerekend met de
maatschappelijke aandelen of aandelen,) overeenkomstig
artikel 168 W Venn., verzoeken om de aanstelling van
een deskundige bij de rechtbank van koophandel indien er ernstige indiciën zijn
dat de belangen van de vennootschap worden geschonden. Deze deskundige heeft
als opdracht de boeken en de rekeningen van de vennootschap te verifiëren
alsook de verrichtingen gesteld door de vennootschap haar organen.
• 10% van de stemmen
Het betreft hier de minimumdrempel die vereist is
om als minderheidsaandeelhouder een minderheidsvordering te kunnen instellen in
de BVBA (art. 290 W. Venn.) Buiten deze drempel, is
de regel dezelfde als deze die geldt in de NV.
• 20% van de stemmen
Dit quorum machtigt de aandeelhouder de raad van
bestuur te verplichten om de algemene vergadering van aandeelhouders, binnen de
3 weken, bijeen te roepen, op straffe van een
geldboete (art. 268 en 532 W. Venn).
• 21% van de stemmen
Dit percentage van de stemmen volstaat om de
goedkeuring inzake de wijziging van het statutair
doel, dewelke zoals hiervoor reeds vermeld een goedkeuring van 80% van de
stemmen op de algemene vergadering vereist, te verhinderen.
• 25% van de stemmen
Conform art. 332 W. Venn.
(BVBA) en art. 633 W. Venn. (NV) inzake
het verlies van het maatschappelijk kapitaal, dient de algemene vergadering te
worden bijeengeroepen om te beslissen over de eventuele ontbinding van de
vennootschap indien het netto-actief van de NV of de
BVBA gedaald is tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal. Deze
beslissing dient te worden genomen met de gewone meerderheid inzake
de ontbinding zoals voorzien in artikel 181 W. Venn.
(1/2 van de aanwezigen en 3/4 van de stemmen).
In dergelijke hypothese wordt het vetorecht van de
minderheid van de aandeelhouders van 25% +1 van de stemmen bekrachtigd.
Indien echter het netto-actief
van de betreffende vennootschap gedaald is tot minder dan ¼ van het
maatschappelijk kapitaal, dan kan de ontbinding van de vennootschap worden bekomen, indien minstens 25% van de uitgebrachte stemmen
akkoord zijn. Het in het bezit hebben van 75% + 1 van het totale aantal stemmen
verbonden aan de effecten, maakt het dus mogelijk om zich tegen dergelijke
beslissing te verzetten. In dat geval hebben we te maken met het vetorecht van
de meerderheid van de aandeelhouders.
• 25 + 1 % van de stemmen
Dit is traditioneel hét quorum dat gekwalificeerd
wordt als hét vetorecht van de minderheid van de aandeelhouders. Het betreft
hier immers de drempel vanaf dewelke een aandeelhouder
de goedkeuring van een statutenwijziging kan tegenstemmen, ongeacht de materie
waarover het gaat : een kapitaalsverhoging of vermindering, een ontbinding, het
invoeren van goedkeuring - of voorkoopclausules, fusie, splitsing …. Met 25 + 1
% van het stemrecht, kan een aandeelhouder zich dus verzetten tegen de
verwatering van zijn aandeel.
• 30% van de stemmen
Dit is de drempel, vereist bij Wet van 13 april
1995 (art. 190 ter Venn. W. ) om
een vordering tot uitsluiting in te stellen, voor de voorzitter van de rechtbank
van Koophandel zetelend als in kort geding, tegen een aandeelhouder t.a.v. wie
gegronde redenen kunnen worden ingeroepen. Deze mogelijkheid bestaat
enkel voor de NV, Coöperatieve vennootschap op aandelen en de BVBA, die geen
publiek beroep hebben gedaan op het spaarwezen (art. 334 en 641 W. Venn.).
Hierbij weze opgemerkt
dat deze drempel, in de N.V, tot 20% zal worden
herleid indien de vennootschap effecten heeft uitgegeven die het kapitaal niet
vertegenwoordigen. Bovendien dient te worden benadrukt dat deze procedure zich
onderscheidt van deze georganiseerd in de coöperatieve vennootschap alsook van
de beslissing tot uitsluiting, dewelke eveneens worden
gesteund op de gegronde redenen (of voor elke andere in de statuten vermelde
oorzaak), en uitgesproken door de algemene vergadering bij gewone meerderheid
van de uitgebrachte stemmen (art. 370 W. Venn.)
• 50% van de stemmen
Het betreft hier het schoolvoorbeeld bij uitstek
van een totale verlamming van de organen van de vennootschap. Het gaat hier
immers niet langer om een minderheid maar om een ware blokkeringsdrempel,
die het niet langer mogelijk maakt om vb. de rekeningen goed te keuren, de
kwijting van de bestuurders te stemmen of nieuwe bestuurders te benoemen. Tal
van beslissingen van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel, uitspraak
doende in kort geding, hebben juist betrekking op het verhelpen van dergelijke
situaties door o.a. de aanstelling van een voorlopig
bewindvoerder waarbij de voorlopige bewindvoerder ernaar streeft partijen de
mogelijkheid te bieden zelf een oplossing aan te reiken voor de patstelling.
Bij dergelijke patstellingen werd de ontbinding
wegens gegronde redenen lange tijd als dé ultieme remedie ten
gronde beschouwd, juist omwille van het drastisch en definitief karakter van de
maatregel. De procedures van uitsluiting en uittreding wegens gegronde redenen,
zoals reeds hoger vermeld, primeren, voortaan, in de
hiërarchie van de herstelmaatregelen gelukkig boven de gerechtelijke
ontbinding. Deze laatste heeft thans enkel nog een bijkomend bestraffend
karakter. De hoven en de rechtbanken hebben de procedure's
van uitsluiting en uittreding, die geïnspireerd zijn op de Nederlandse
wetgeving, toegejuicht en dit in het belang van de bij dergelijk geschil
betrokken vennootschap. Het zijn trouwens de motieven verbonden aan het
vennootschapsbelang die, volgens de meerderheid van de rechtspraak, prevaleren ihkv de beoordeling van de gegronde redenen, die worden
ingeroepen voor de toepassing van de procedure tot uitsluiting. Omgekeerd, ihkv de procedure van de uittreding, zal de rechter vooral
aandacht besteden aan de persoonlijke motieven van de eiser.
C. Een praktische benadering van de juridische relaties tussen de
aandeelhouders
5. Hoe juist
voorgaande beschouwingen ook mogen zijn, ze leiden echter slechts tot een
karikaturale schets van de juridische situatie van de minderheidsaandeelhouder.
De alsmaar meer toegenomen en nagestreefde bescherming, door de wetgever, van
de minderheidsaandeelhouder en de rechten die aan de minderheidsaandeelhouders
worden toegekend, lijken, terecht of ten onrechte, nog meer de tegenstellingen
tussen de minderheid- en meerderheidsaandeelhouders te verscherpen.
De bevoegdheid van de minderheidsaandeelhouder om
te stemmen wordt, heden en vooral door de
meerderheidaandeelhouders, aanzien als een recht om te blokkeren, te
verhinderen, te dreigen, uit te sluiten, te dwingen of zelfs om de
meerderheidsaandeelhouder te doen betalen. Kortom de macht van de
minderheidsaandeelhouder om te schaden.
Deze bevoegdheid kan gelukkig enkel worden
ingeroepen in de door de wet bepaalde limitatieve gevallen, met tot gevolg het
risico op een volledige verlamming van de besluitvorming binnen de Algemene
Vergadering. In de andere gevallen, blijft de regel van de gewone meerderheid
onverminderd.
Dit principe, dewelke
soms streng is in hoofde van de minderheidsaandeelhouders, kan echter gemilderd
worden door systematisch te voorzien in conventionele of statutaire bepalingen,
waarvan de geldigheid niet langer wordt betwist.
6. In het kader van
deze bijdrage, lijkt het me overbodig de verschillende types van overeenkomsten
in de praktijk, zoals reeds door menig auteurs
beschreven, opnieuw weer te geven.
Meer harmonie tussen de aandeelhouders zou
ongetwijfeld kunnen worden bereikt door het systematische in vraag stellen, in
groep, van de volgende punten, hetzij op het ogenblik van het opstellen van de
statuten hetzij bij de intrede van een nieuwe aandeelhouder ten gevolge van een
kapitaalsverhoging of een overdracht van aandelen. De partijen dienen
systematisch deze lijst met vragen, die een soort verlenging of vervollediging is van de 12 opgesomde elementen (voorzien
in art. 69 W. Venn.) die in
de oprichtingsakte moeten worden opgenomen, voor ogen te houden.
Hierbij kunnen de volgende vragen worden gesteld,
zonder dat deze lijst exhaustief is :
1. Kan een aandeelhouder zijn effecten
overdragen zonder de toestemming van de andere aandeelhouders of van het orgaan
van de vennootschap ?
2. Indien de meerderheidsaandeelhouder zijn aandelen
overdraagt, kan de minderheidsaandeelhouder dan eveneens zijn aandelen overdragen ?
3. Hoe wordt de prijs van de overdracht van
de aandelen berekend ingeval van een goedkeuring - of voorkoopclausules
?
4. Wordt de vermindering van de stemrechten
van de meerderheidsaandeelhouder op de algemene vergadering voor ogen gehouden ?
5. Zijn de partijen conventionele mechanismen
overeengekomen in het kader van de verdeling van het dividend, financiering van
de activiteiten van de vennootschap, controle op het management, levering van
informatie, …
6. Welke zijn de sancties voorzien bij
toepassing van deze overeenkomst (vb. Een call-optie,
als sanctie, waarbij de aandeelhouder verplicht wordt zijn aandelen over te dragen) ?
7. Welke is het mechanisme van vertegenwoordiging
van de minderheidsaandeelhouder in de raad van bestuur ?
8. Wordt de toevlucht genomen tot een
bestuurssysteem dat dualistisch is geïnspireerd (directiecomité, onafhankelijke
bestuurders) ?
9. Is er gebruik gemaakt van het meervoudig stemrecht van de raad van bestuur ?
10. Hoe wordt de stabiliteit van de bestuurder
gewaarborgd ?
Deze lijst heeft tot doel het denkproces van de
partijen, betrokken bij een procedure van oprichting of herstructurering van de
vennootschap, te bevorderen en zodoende te vermijden dat alle vragen enkel en
alleen door de meerderheidsaandeelhouder zou worden opgelost. De bevoegdheden
en de macht van de meerderheidsaandeelhouder zullen door de hoven en de
rechtbanken worden gecontroleerd, waarbij deze laatste belast zijn met het
waken over het vennootschapsbelang en de legitieme verwachtingen van derden,
die een loyaal bestuur verwachten uitgeoefend conform aan hun verwachtingen.
Zoals u merkt zijn er nog veel onzekerheden en
risico's, die tevens gepaard met een traagheid van justitie, en die de
aandeelhouders dienen aan te zetten tot het systematisch voorafgaandelijk
onderzoeken van de problemen alsook tot het uitwerken van contractuele
oplossing voor deze problemen om zich pas, in laatste instantie, tot de
rechtbank te wenden.
Dit is tevens een oproep tot waakzaamheid voor de
rechtspractici (o.m. advocaten en notarissen) en boekhouders waarbij deze hun
aandacht zich niet mag beperken tot de essentiële maar onvoldoende
beschouwingen inzake het financieel plan, de
minimuminhoud van de oprichtingsakte of de eerste wettelijke publicatie.
De technische beschouwingen die met deze vragen
gepaard gaan kunnen redelijkerwijs niet langer worden omzeild en zeker niet
genegeerd.
> Minderheidsaandeelhouder : wees op uw hoede !
3 août 2006, par Renier Ph.
Wat ingeval van tranfer pricing geschillen ? Quid de rechten van minderheidsaandeelhouders ?
Laga